Nieuws

De Parijs-Roubaix Challenge: een echte uitdaging!

Als je zegt dat je de cyclo-variant van Parijs-Roubaix gaat fietsen, dan zijn er twee typen blikken die je kunt krijgen: meewarige en verbijsterde. Waarom zou je voor je lol over 55 km kasseien gaan dokkeren? Misschien geeft dit verslag je een antwoord, want onlangs reisde ik met een groepje vrienden en m'n zus voor de vijfde keer af naar de Hel van het Noorden.

De voorbereiding 

Zo'n cyclo begint uiteraard met de voorbereiding. Nou is een goede voorbereiding altijd slim, maar voor Roubaix absoluut noodzakelijk. Je moet qua kleding rekening houden met weersomstandigheden tussen 0 en 20 graden; nachtvorst, regen, hagel of juist zon; alles komt langs, soms op één dag. En de fiets moet meer dan perfect in orde zijn. Ieder onderdeel dat een twijfelgeval is (met name je banden, ketting/cassette, balhoofd en lagers) wil je vervangen hebben, want op de kasseien wordt het zeker een probleem.

Over banden zou ik een apart stukje kunnen schrijven, dus ik hou het hier erbij dat ik dit jaar afreisde met 32 mm Continental 4 Seasons met gewone binnenbanden. De 28 mm variant heeft me in eerdere edities nooit teleurgesteld en dit jaar probeerde ik het iets breder. Qua bandendruk zak ik van 5,5 naar 4,2 bar (bij 80 kilo fiets en berijder). Later las ik dat Mathieu de volgende dag met 3.85 bar de winst pakte…

De start

Op vrijdagmiddag reisden we af, en op zaterdag wordt dan om 7:00u 's ochtends in Busigny het startschot gegeven voor de 170-variant. Het parcours daarvan bedraagt 175 kilometer (nee inderdaad, dat is niet logisch, maar we zijn in Frankrijk), met daarin zoals gezegd 55 kilometer kasseien. In feite fiets je de profkoers van de mannen, minus de aanloop van 85 km over asfalt. Het betekent dus ook dat in de cyclo al na 12 kilometer de eerste kasseien opdoemen!

Er zijn groepjes die er gelijk in stevig tempo vandoor gaan. Wij horen bij de categorie 'uitrijden is ook een prestatie' en doen het wat rustiger aan. Toch is het bij de eerste kasseistrook gelijk oppassen. Bidons van degenen die zich niet goed hebben voorbereid, springen uit de houders en rollen alle kanten op. Sommigen remmen van schrik voor de kasseien. Terwijl er maar één manier is om de kasseien over te komen: zo hard mogelijk doortrappen. 

Dit jaar is het drukker dan andere jaren merk ik, en dat is een uitdaging, want het betekent minder zicht en meer inhalen over de slechte zijkanten van de stroken. Gelukkig zijn er nog 29 stroken, en op iedere strook vindt een schifting plaats. Dat zorgt ervoor dat de renners zich in de eerste 80 kilometer redelijk goed verspreiden over het parcours. Totdat 'het bos' opdoemt en de 145-kilometer variant aansluit. Daar is het plotseling een stuk drukker. Geen chicane nodig voor ons, het laveren betreft hier de wielertoeristen die eerst een foto willen maken voordat ze Het Bos induiken. Daardoor kom ik niet op goede snelheid de strook op en dat is niet ideaal.

Het Bos

Door de introductie van schijfremmen (die bredere banden mogelijk maken) en een grotere variëteit aan meer comfortabele frames is een parcours als dat van Parijs-Roubaix toegankelijker geworden. Dat is aan de ene kant goed nieuws, omdat meer mensen dan de grootste eendagsrit op aarde zelf kunnen fietsen. Aan de andere kant moet je nog steeds zelf de kracht hebben om over die slechte stenen te komen. En dat wordt gemakkelijk onderschat.

En dat merken we, nu in het bos van Wallers de 145-kilometer op het parcours is aangesloten. De verschillen in snelheid op de kasseien worden wel erg groot. Hoewel ik zelf ook niet meer van de snelste ben, gaat het nu af en toe wel tergend langzaam. En het vervelende van kasseien is dat ze alleen maar lastiger worden naarmate je er langzamer overheen fietst – in tegenstelling tot een steile klim.

Zo slinger ik me tussen de mountainbikers en zondagsfietsers door, over de beroemde strook 'Trouée d'Arenberg' en probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat toch zoveel mogelijk snelheid te maken om het 'zwevende' gevoel een beetje op te zoeken. Tevergeefs natuurlijk. Maar gelukkig haal ik de strook weer zonder valpartij of lekke band. We hijgen even uit en beginnen dan aan de finale. 

Afvalrace

De stroken volgen elkaar na het Bos van Wallers snel op, en de drie sterren-stroken bieden maar heel ietsje verlichting ten opzichte van de vier- en vijf-sterrenstroken die nog tussen ons en Roubaix liggen. Beetje bij beetje wordt de energie uit ons lichaam getrokken op iedere kasseistrook, hoe goed je ook probeert te doseren. Ook dit cliché is namelijk waar: Paris-Roubaix is een afvalrace. Maar langzamer rijden is geen optie: dan wordt het alleen maar erger. Dus we moeten door, al wordt dat moeilijker en moeilijker.

Ook de vijfsterrenstrook Mons-en-Pévèle, met verraderlijke modderpoelen en haakse bochten overleven we. Zo koersen we af op het toetje: de Carrefour de l'Arbre, een monster van een strook met kuilen, bochten, gaten en scherpe stenen die vermoeide renners onverhoeds te grazen kunnen nemen. Blijven opletten en goed blijven sturen is het devies. Links en rechts haken er rijders af, om langs de kant de kramp uit hun kuiten te rekken. 

Na de Carrefour komt Gruson, weet ik en ik zie uit naar de zwarte gravelstroken langs de kant. Natuurlijk kom je naar Roubaix voor alle kasseien, maar ik mag toch hier wel een beetje smokkelen? Maar bij het opdraaien van de strook wacht me een tegenvaller: ook hier zijn de zwart-gele roadblocks geplaatst, die de renners dwingen alsnog de kasseien te nemen. Ik bijt op m'n tanden en jakker ook over deze strook heen.

De finale

De laatste 10 kilometer gaat dan bijna vanzelf. Voor we het weten zijn we in Roubaix zelf. En daar een positieve verrassing: in tegenstelling tot andere jaren mogen we dit keer wél over de laatste strook: de Espace Charles Crupelandt. Doorgaans een onooglijke parkeerstrook, maar in de koers vormt het de rode loper als opmaat naar het slotakkoord: het oude Vélodrome. Van die laatste kasseien rijden we de toegangsweg ernaar op. We kiezen de rechterbaan: die voor 'Coureurs' en mogen ons even Mathieu of Lotte zelf wanen als we daadwerkelijk het beton van de baan opdraaien. Het verzamelde publiek juicht om alle renners die de toch hebben weten te volbrengen, en ik weet niet hoe, maar ik vind nog een laatste restje energie om hoog door de schuine bocht een groepje renners te passeren om zo alleen de finishlijn over te gaan. Een magnifiek gevoel, dat met niets te vergelijken is.

Na de finish staat een van mijn vrienden al te wachten en we vallen elkaar in de armen omdat het ons weer gelukt is! De grootste, zwaarste, meest iconische klassieker ter wereld: wij waren erbij, en we reden hem uit. Volgend jaar weer? Daar moet ik nog even over nadenken…

Tot slot

Denk je er zelf over om Parijs-Roubaix te rijden? Een paar tips. 

  • Zorg voor goed materiaal. Maar echt. Ik fiets zelf op een wat robuustere fiets dan waar ik normaal gesproken mee over het asfalt ga. Een superstrak, licht frame met hoge velgen is moeilijker te hanteren op de kasseien. Over bandenkeuze schreef ik al.

  • Zorg ervoor dat je goed getraind bent. Dat is een uitdaging in de winter, want je hebt niet altijd zin, het is vroeg donker en het weer is er ook niet altijd naar. Zwift is een uitkomst, maar je hebt echt de trainingen buiten nodig, zeker als het eens een koude editie zou zijn.

  • Als je nog nooit op kasseien gefietst hebt, is het aan te raden eerst ergens anders te beginnen: Vlaanderen, of de keienwegen in Drenthe. In de buurt van Nijmegen liggen helaas maar weinig echt goede kasseistroken. Je kunt rondjes gaan rijden in Ravenstein, of op pad gaan voor een retourtje Nuenen: daar ligt een mooie, lange (zij het heel vriendelijke) strook op de weg naar Nederwetten.

  • De 170-kilometer variant is geen ronde. Denk daarom na over een manier om bij de start te komen. Wij hebben om die reden altijd een ‘ploegleider’ bij ons, die ons naar de start brengt en gedurende de dag op verschillende punten langs het parcours klaar staat met extra voeding, kleding en eventueel materiaal. Geen overbodige luxe. Er is een shuttle-service, maar die vertrekt tussen 4 en 5 uur 's ochtends vanuit Roubaix.

  • De 90- en 145-routes zijn wel rondes. In de 145 zit ook het iconische 'bos van Wallers', het is daarin zelfs de eerste strook. De aanloop is echter niet bijzonder inspirerend. Als je het mij vraagt: alleen de 170 geeft je het echte Roubaix-gevoel.

  • Laat de kans niet liggen om na de cyclo op zaterdag de vrouwen binnen te zien komen en op zondag ergens langs het parcours (of in het Vélodrome) de mannenkoers te bekijken. Ook hier is de sfeer doorgaans geweldig.


Tekst: Hartger